Wat het is
Box 3 is het deel van de Nederlandse inkomstenbelasting dat over spaargeld en beleggingen gaat. De Belastingdienst gaat niet uit van wat je echt hebt verdiend. Hij neemt de waarde van je bezittingen en schulden op 1 januari, de peildatum, en rekent voor elk soort vermogen met een vast, forfaitair rendement.[1] Aandelen en andere beleggingen vormen één categorie. Een indexfonds of ETF valt daar dus onder.[1]
De cijfers voor 2026
| 2026 | |
|---|---|
| Peildatum | 1 januari 2026 |
| Heffingsvrij vermogen, per persoon | € 59.357 |
| Heffingsvrij vermogen, fiscale partners samen | € 118.714 |
| Forfaitair rendement op banktegoeden | 1,28% (voorlopig) |
| Forfaitair rendement op beleggingen en andere bezittingen | 6,00% (definitief) |
| Forfaitair rendement op schulden | 2,70% (voorlopig) |
| Belastingtarief box 3 | 36% |
De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nog voorlopig en worden begin 2027 vastgesteld. Het percentage voor beleggingen is al definitief.[1] Schulden tellen alleen mee boven een drempel van € 3.800 per persoon.[1]
Hoe de belasting wordt berekend
Het forfaitair rendement wordt per soort vermogen berekend. Alleen het deel dat hoort bij je vermogen boven het heffingsvrij vermogen wordt belast, tegen 36%.[1]
Voorbeeld: iemand zonder fiscaal partner heeft op 1 januari 2026 € 100.000 in indexfondsen en heeft geen spaargeld of schulden in box 3. Het forfaitair rendement is 6,00% van € 100.000 = € 6.000. Het belaste deel is € 100.000 – € 59.357 = € 40.643. Dat is 40,643% van het totaal. Het box 3-inkomen is 40,643% van € 6.000 = ongeveer € 2.439. De belasting is 36% daarvan: ongeveer € 878.
Als je werkelijk rendement lager was
Na uitspraken van de Hoge Raad moet de Belastingdienst je werkelijk rendement belasten als dat lager is dan het forfaitair rendement.[2] Vanaf belastingjaar 2025 kun je je werkelijk rendement opgeven in je aangifte inkomstenbelasting.[2] Drie punten zijn belangrijk als je in fondsen belegt:
- Bij het werkelijk rendement horen inkomsten zoals rente en dividend, en ook de stijging of daling van de waarde van je aandelen in het jaar – ook als je niet hebt verkocht.[2]
- Je mag geen kosten aftrekken.[2]
- Er geldt geen heffingsvrij vermogen als het werkelijk rendement wordt gebruikt.[2]
Wat er gepland is
Het kabinet wil per 1 januari 2028 een box 3-heffing op werkelijk rendement invoeren. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen, maar de Eerste Kamer moet het nog behandelen.[3]
Wat het betekent als je in indexfondsen belegt
- De datum telt, niet de transactie. Je wordt belast op wat je op 1 januari bezit, of je nu verkoopt of niet. Onder het heffingsvrij vermogen betaal je geen box 3-belasting.
- De belasting komt bovenop de kosten. Beide verkleinen het bedrag waarover je rente-op-rente krijgt. Lage fondskosten blijven dus belangrijk.
- Geen provisie. Door het provisieverbod mogen Nederlandse beleggingsondernemingen geen provisie van derden ontvangen of aan derden betalen als ze particuliere beleggers bedienen.[4]
Veelgestelde vragen
Betaal ik box 3-belasting als mijn fondsen in waarde zijn gedaald?
De standaardberekening gaat uit van een forfaitair rendement. Je kunt dus ook in een slecht jaar belasting betalen. Was je werkelijk rendement lager dan het forfaitair rendement, dan moet de Belastingdienst het werkelijk rendement belasten. Vanaf belastingjaar 2025 geef je dat op in je aangifte inkomstenbelasting.
Zijn de percentages voor 2026 definitief?
Maar voor een deel. De 6,00% voor beleggingen en andere bezittingen is definitief. De 1,28% voor banktegoeden en de 2,70% voor schulden zijn voorlopig. De Belastingdienst stelt ze begin 2027 vast.
Bronnen & verder lezen
We verwijzen naar onafhankelijke bronnen, zodat je alles zelf kunt controleren. Laatst gecontroleerd op 15 sep 2026.